2.2.1

Waterveiligheid

Implementatie deltabeslissing Waterveiligheid

Informatie over de deltabeslissing Waterveiligheid: zie DP2015.

De deltabeslissing Waterveiligheid is beleidsmatig verankerd in het tweede Nationaal Waterplan. De juridische verankering van deze beleidsvernieuwing ligt op koers: de gewijzigde Waterwet is naar verwachting vanaf 1 januari 2017 van kracht. De waterschappen en Rijkswaterstaat bereiden zich voor op de beoordeling van primaire waterkeringen aan de hand van de nieuwe normen voor waterveiligheid met een systeemtest, een generale repetitie en een opleidingsprogramma. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma - voor de versterking van primaire waterkeringen - heeft in de programmering 2017-2022 al zo veel mogelijk geanticipeerd op de uitkomsten van de komende beoordelingsronde en prioriteiten gesteld op basis van de urgentie die volgt uit de nieuwe normen. Waterbeheerders doen samen met andere partijen steeds meer ervaring op met het vroegtijdig verkennen van meekoppelkansen bij voorgenomen dijkversterkingen.

Aan een kennisagenda voor waterveiligheid wordt gewerkt. Deze zal onderdeel zijn van DP2018.

Verankering nieuwe normen

Onderdeel van de deltabeslissing Waterveiligheid is de overstap naar nieuwe normen voor de primaire waterkeringen. Deze overstap is in 2014 beleidsmatig vastgelegd in de tussentijdse wijziging van het Nationaal Waterplan; het Nationaal Waterplan 2016-2021 zet dit beleid voort. De nieuwe normen worden vastgelegd in de Waterwet. Daarvoor is het wetsvoorstel Nieuwe normering primaire waterkeringen voorbereid. In 2015 heeft via internet een consultatie over het conceptwetsvoorstel plaatsgevonden, waarbij iedereen heeft kunnen reageren. Na behandeling van het wetsvoorstel in de ministerraad is het voor advies aan de Raad van State voorgelegd. In juli 2016 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel aangenomen. Naar verwachting treedt de wetswijziging op 1 januari 2017 in werking.


nieuwe normen

Zie DP2015, P16, Voorstel deltabeslissing Waterveiligheid.

Wettelijk beoordelingsinstrumentarium en ontwerpinstrumentarium

Bij de nieuwe normen hoort een aangepaste regeling waarmee de waterschappen en Rijkswaterstaat kunnen beoordelen of de primaire waterkeringen die ze in beheer hebben veilig zijn (‘wettelijk beoordelingsinstrumentarium’). Het Rijk heeft deze regeling in samenspraak met beheerders en experts ontwikkeld. In 2016 zijn de waterschappen ook formeel gehoord bij de voorbereiding van de regeling. In het vierde kwartaal van 2016 wordt een generale repetitie gehouden door te oefenen met de software van het instrumentarium. Als blijkt dat verbeteringen nodig zijn, kunnen die nog doorgevoerd worden. De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft een toets op handhaafbaarheid uitgevoerd. De regeling zal naar verwachting op hetzelfde moment als de wijziging van de Waterwet in werking treden. Zo kunnen de beheerders vanaf 2017 de primaire waterkeringen voor het eerst beoordelen aan de hand van de nieuwe normen.

In 2023 is een eerste landelijk beeld van de veiligheid van de primaire waterkeringen op basis van de nieuwe normen beschikbaar. Keringen die niet aan de nieuwe norm voldoen, kunnen worden aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Alle beheerders gaan van 2017 tot 2023 met de nieuwe beoordeling aan de slag. Het wettelijke beoordelingsinstrumentarium wordt verder doorontwikkeld voor de tweede beoordelingsronde. Daarmee kan in de volgende beoordelingsrondes een verdere verfijning van het veiligheidsbeeld plaatsvinden.

Voor het ontwerp van dijkversterkingen blijft de Handreiking ontwerpen met overstromingskansen (OI 2014) van toepassing. Deze wordt stapsgewijs doorontwikkeld, zodat in 2018 een voldragen set instrumenten beschikbaar is. 

Nieuwe normen en regeling subsidies hoogwaterbescherming

Versterkingen van keringen die waterschappen in beheer hebben, worden grotendeels gefinancierd uit de middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waar het Rijk en de waterschappen in gelijke mate aan bijdragen. Versterkingsmaatregelen aan keringen die het Rijk in beheer heeft, worden betaald uit het Deltafonds en komen geheel voor rekening van het Rijk.

Met het wetsvoorstel Nieuwe normering primaire waterkeringen (Wijziging Waterwet) wordt beoogd subsidie voor het versterken van een primaire kering al mogelijk te maken als deze niet meer voldoet aan de signaleringswaarde en de versterkingsmaatregel in het Hoogwaterbeschermingsprogramma is geprogrammeerd. Zo kan het waterschap de kering tijdig versterken voordat de ondergrens wordt bereikt. De ondergrens geeft aan, aan welke eisen het dijktraject ten minste moet voldoen om het vastgestelde beschermingsniveau te bieden.

In het rivierengebied is het afgesproken beschermingsniveau te bereiken met dijkversterking, rivierverruiming of een combinatie daarvan. Als rivierverruiming wordt toegepast, kunnen de kosten voor de benodigde dijkversterking lager uitvallen, wat een besparing op de middelen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma oplevert. Met het wetsvoorstel Nieuwe normering primaire waterkeringen wordt het mogelijk om deze besparing te benutten voor de rivierverruimende maatregel. Hetzelfde geldt voor zogenoemde ‘slimme combinaties’. Dit is in lijn met het Nationaal Waterplan 2016-2021. 

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu bereidt ook een wijziging van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014 voor. Het ministerie trekt daarbij samen met de waterschappen op. De waterschappen zijn gehoord over de wijziging. De regeling zal naar verwachting op hetzelfde moment als de wijziging van de Waterwet in werking treden.

Voorbereiding door waterkeringbeheerders

Waterkeringbeheerders (waterschappen en Rijkswaterstaat) passen de informatiehuishouding aan, zodat de gegevens beschikbaar zijn voor het beoordelen en ontwerpen van waterkeringen op basis van de nieuwe normen. Ook bundelen ze kennis en kunde voor efficiënte invoering van de nieuwe normering. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Kennis- en Kundeplatforms waarin beheerders kennis, ervaring en informatie uitwisselen. Daarnaast is het Kennisplatform Risicobenadering (KPR) vraagbaak en bron van de specialistische kennis die is opgebouwd voor Veiligheid Nederland in Kaart en biedt het gelegenheid voor kennisuitwisseling over het ontwerp van waterkeringen.

De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) en Rijkswaterstaat zijn in 2015 gestart met opleidingen voor de implementatie van de nieuwe normen. De keringbeheerders maken in 2016 afspraken over samenwerking en kennisdeling en begin 2017 over prioritering van werkzaamheden in de komende jaren. Daarnaast vindt in 2019 een tussenevaluatie van het beoordelingsproces plaats. Zo nemen partijen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het effectief en efficiënt doorlopen van de eerste beoordelingsronde met nieuwe normen.

De waterschappen bereiden zich ook voor op de nieuwe normen in het dagelijks beheer en anticiperen daar waar mogelijk op, bijvoorbeeld in de vergunningverlening.

Meerlaagsveiligheid en slimme combinaties

In 2015 heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met Deltares drie pilots voor meerlaagsveiligheid geëvalueerd. De pilots werden uitgevoerd in Dordrecht, in de IJssel-Vechtdelta en op Marken. De uitkomsten staan in dit Deltaprogramma per pilot bij de betreffende voorkeursstrategie. De conclusies en aanbevelingen zijn ook bruikbaar op andere plaatsen. Een van de aanbevelingen is om een gebiedsgericht onderzoek zo vroeg mogelijk te starten, zodat er tijd is om ruimtelijke ontwikkelingen af te stemmen met maatregelen voor de waterveiligheid. De mogelijkheden voor toepassing van meerlaagsveiligheid worden meegenomen bij de actualisatie van de MIRT-gebiedsagenda’s. Het Deltaprogamma gaat na welke doelen, instrumenten en maatregelen nodig zijn om toekomstige verhoging van de waterveiligheidsnormen voor de primaire keringen te voorkomen met meerlaagsveiligheid en hoe hiermee rekening kan worden gehouden bij het opstellen van Omgevingsvisies door de betrokken overheden. Daarbij is ook de samenhang met wateroverlast van belang.

Het Expertisenetwerk Waterveiligheid (ENW) heeft naar aanleiding van de evaluatie advies uitgebracht over de condities waaronder ‘slimme combinaties’, als vorm van meerlaagsveiligheid, kansrijk zijn. De ENW merkt op dat het overstromingsrisico in Nederland in de meeste gevallen het efficiëntst te reduceren is met preventieve maatregelen. In aanvulling hierop ziet de ENW 10 tot 20 trajecten van primaire waterkeringen waar ‘slimme combinaties’ kansrijk kunnen zijn. Dit zijn trajecten waar het Lokaal Individueel Risico (LIR) bepalend is voor de norm. Voor deze trajecten kan het Lokaal Individueel Risico relatief eenvoudig worden verlaagd met maatregelen in laag 2 en 3. Daarnaast kunnen specifieke lokale omstandigheden, waaronder de aanwezigheid van secundaire keringen, kansen bieden voor ‘slimme combinaties’. De minister van Infrastructuur en Milieu zal meerlaagsveiligheid agenderen in de Nationale Omgevingsagenda en de uitwerking hiervan meenemen in de Nationale Omgevingsvisie.

Versterken rampenbeheersing

Voor de veiligheidsregio’s komen in 2016 via het project Water en Evacuatie verschillende hulpmiddelen beschikbaar waarmee ze de gevolgen van een overstromingsramp kunnen bepalen en een evacuatiestrategie kunnen vaststellen: een handreiking om gevolgen van een overstroming te bepalen en instrumenten om de zelfredzaamheid te stimuleren. In 2016 richt het Rijk zijn oefen- en trainingsprogramma op hoogwater en overstromingen. De minister van Infrastructuur en Milieu stelt in samenwerking met de minister van Veiligheid en Justitie een Nationaal Crisisplan Hoogwater en Overstromingen op. Dit plan is in het najaar van 2016 gereed. In verschillende regio’s werken de overheden in pilots uit hoe rampenbestrijding kan bijdragen aan de waterveiligheid, onder meer in Dordrecht en Rotterdam-Noord.

Het project Module Evacuatie Grootschalige Overstromingen (MEGO) is medio 2016 afgerond. Belangrijke resultaten zijn de app en website overstroomik.nl en het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO), dat actuele overstromingsinformatie biedt voor alle water- en wegbeheerders en een basis vormt voor gevolgbeperkende maatregelen. Rijkswaterstaat neemt de evacuatiefunctie van het hoofdwegennet expliciet op in de werkprocessen, bereidt pilots daartoe voor (onder meer met ‘reversed laning’) en heeft op zich genomen aanjager te zijn voor het ontwikkelen en verbeteren van onderling afgestemde regionale evacuatieplannen. De Stuurgroep Management Watercrises en Overstroming (SMWO) zal dit bewaken.

Uitvoering en programmering van maatregelen waterveiligheid

Programmering van maatregelen voor waterveiligheid: zie Deltaplan Waterveiligheid (bijlage I). Beschrijving van concrete maatregelen: zie het betreffende gebied in paragraaf 2.3

Overgang naar nieuwe normen

De programmering in het Hoogwaterbeschermingsprogramma vindt plaats op basis van een prioritering, zodat de meest urgente dijkversterkingen het snelst in uitvoering gaan. Met de nieuwe normen verandert de prioritering en daar is al op geanticipeerd in het programma 2017-2022. De projecten in het programma 2017-2022 zijn opnieuw geprioriteerd op basis van de nieuwe normen: projecten met een groot verschil tussen de huidige overstromingskans (volgens de berekening van Veiligheid Nederland in Kaart) en de overstromingskans van de nieuwe norm krijgen daarbij een hogere prioriteit. Projecten die al (bijna) gestart zijn, behouden hun plaats in het programma. Aan het programma 2017-2022 zijn dertien normtrajecten toegevoegd waarvan de veiligheid naar verwachting relatief sterk afwijkt van de nieuwe norm en die daarom als urgent uit de aankomende beoordeling zullen komen. De urgentie van deze trajecten moet in 2017 worden bevestigd met een veiligheidsoordeel door de beheerders, waarbij de Inspectie Leefomgeving en Transport aangeeft of het veiligheidsoordeel conform de voorschriften in de ministeriële regeling tot stand is gekomen. Waar zo’n traject grenst aan een lopende versterkingsopgave houdt de beheerder in de uitvoering al rekening met de nieuwe opgave. In alle lopende projecten komt het ontwerp tot stand op basis van de nieuwe normen.

Figuur 1

Omvang en opgaven Hoogwaterbeschermingsprogramma

Meekoppelen bij dijkversterkingen

De keringbeheerders bekijken vroegtijdig de meekoppelkansen in de omgeving van projecten in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, in gesprek met gebiedspartners. Dit gebeurt in ieder geval tijdens de consultatie van het concept-Hoogwaterbeschermingsprogramma en de bespreking daarvan in de gebiedsoverleggen van het Deltaprogramma en soms al eerder. In het Hoogwaterbeschermingsprogramma heeft de ‘vervroegde verkenning’ haar intrede gedaan: een verkenning in een eerder stadium, om een nadere veiligheidsanalyse te maken op basis van de toetsresultaten. De vervroegde verkenning geeft belanghebbenden meer tijd om kansen voor meekoppelen te verzilveren in het voorkeursalternatief. Zie enkele voorbeelden op kaart 1 Verbinden Water en Ruimte.


voorkeursalternatief

Belangrijk bij de financiering van ruimtelijke ambities is het verschil tussen inpassen, meekoppelen en uitwisselen. Zie voor meer informatie de website van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Innovaties in de hoogwaterbescherming

Innovaties zijn noodzakelijk om de opgaven voor waterveiligheid tijdig en efficiënt te kunnen invullen. In 2015 is opnieuw de kansenscan gemaakt om nieuwe kansen voor kennis en innovatie in het Hoogwaterbeschermingsprogramma te identificeren. In twee projectoverstijgende verkenningen (POV’s) staat het ontwikkelen van nieuwe kennis en technieken centraal om problemen met piping en macrostabiliteit slimmer en goedkoper op te lossen. Een aantal drainagetechnieken lijkt kansrijk om problemen met zowel piping als macrostabiliteit op te lossen. In 2017 wordt waarschijnlijk voor drie vraagstukken een projectoverstijgende aanpak gestart: contracten, kabels & leidingen en een systeemuitwerking voor de Vecht.


piping

Bij piping stroomt water onder de dijk door waarbij ook zand wordt meegevoerd. Dit kan de sterkte van de dijk beïnvloeden.


macrostabiliteit

Een grootschalig stabiliteitsprobleem waardoor het dijklichaam en de grondlagen onder de dijk bezwijken.

De POV Piping, die in 2014 is gestart, heeft inmiddels de eerste resultaten opgeleverd. Hieruit blijkt dat een dijk bij de toetsing op piping minder vaak wordt afgekeurd als er meer zekerheid bestaat over onder meer de ondergrond en de grondwaterstand en de manier waarop de belasting op de dijk verloopt in de tijd. Daarnaast heeft de POV een handreiking opgeleverd om de theoretische rekenregels van de toetsing te combineren met de praktijkervaring van de waterbeheerder en de inzichten uit de POV. Ook dit leidt tot minder snel afkeuren van de dijk en levert doelmatige en duurzame maatregelen op. De POV brengt ook innovatieve maatregelen in beeld die kosten besparen ten opzichte van de traditionele maatregelen en ontwikkelt daar toets- en ontwerpvoorschriften voor. Zo is er een proef uitgevoerd met Verticaal Zanddicht Geotextiel (VZG) en vond in 2016 een innovatiechallenge piping plaats. De POV Piping is eind 2017 klaar.

Beheer, onderhoud en vervanging

Rijkswaterstaat heeft in het project Vervangingsopgave Natte Kunstwerken (VONK) gewerkt aan de Gevoeligheidstest Natte Kunstwerken. Deze test geeft een verwachting van de technische restlevensduur en een verwachting van de functionele restlevensduur op basis van de deltascenario’s. Met de gevoeligheidstest is voor vrijwel het volledige areaal kunstwerken in het hoofdvaarwegennet en het hoofdwatersysteem de technische restlevensduur bepaald; voor het bepalen van de functionele restlevensduur is de test nog maar beperkt toegepast. Bij de gevoeligheidstest van de technische levensduur is onderscheid gemaakt in groepen kunstwerken. De resultaten zijn verwerkt in de actualisatie van de prognoses voor Vervanging en Renovatie op de (middel)lange termijn en gepresenteerd in de Begroting 2016. Binnen het Nationale Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (onderzoekslijn toekomstbestendige natte kunstwerken) wordt het gedachtegoed van VONK doorontwikkeld en verbreed voor andere waterbeheerders.

  1. Inleidende samenvatting
    1. Opgaven verbinden, samen op koers
  2. Deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Inleiding
    2. Voortgang per thema
      1. Waterveiligheid
      2. Ruimtelijke adaptatie
      3. Zoetwater
    3. Voortgang per gebied
      1. IJsselmeergebied
      2. Rijnmond-Drechtsteden
      3. Rivieren - Rijn
      4. Rivieren - Maas
      5. Zuidwestelijke Delta
      6. Kust
      7. Waddengebied
      8. Hoge Zandgronden
    4. Eerste uitwerking van de systematiek 'meten, weten, handelen'
    5. Borging, kennis, markt en innovatie en internationale samenwerking
      1. Borging in beleid en beheer
      2. Kennis
      3. Markt en innovatie
      4. Internationale samenwerking
  3. Deltafonds
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    5. Financiële borging van het Deltaprogramma
  4. Bijlage I
    1. Deltaplan Waterveiligheid
  5. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  6. Bijlage II
    1. Deltaplan Zoetwater
  7. Kaart Deltaplan Zoetwater
  8. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
    2. Colofon
  9. Instructie gebruik Deltaprogramma 2017