2.3.3

Rivieren - Rijn

Implementatie deltabeslissing Rijn-Maasdelta

Voor een beschrijving van de deltabeslissing Rijn-Maasdelta: zie DP2015. De implementatie van de deltabeslissing heeft het afgelopen jaar nieuwe voortgangsinformatie over het onderzoek naar piekafvoeren in de Rijn opgeleverd (zie hierna). Overige voortgangsinformatie betreft het onderzoek naar maximale afvoeren van de Maas (zie paragraaf 2.3.4) en het plan Sluizen (zie paragraaf 2.3.1).

Piekafvoeren Rijn

Voor de veiligheidsmaatregelen langs de Rijn is het belangrijk te weten welke afvoeren bij Lobith Nederland binnen kunnen komen en wat de kans daarop is, nu en in de toekomst. Dit is met de nieuwe methode GRADE berekend voor de klimaatscenario’s van het KNMI. Hieruit blijkt dat de maximale afvoer van 18.000 m3/s in 2100 een aannemelijke bovengrens is, op grond van de inzichten in de afvoertoename, het effect van overstromingen in Duitsland en het effect van Duitse maatregelen (zowel preventieve als noodmaatregelen). Die bovengrens van de afvoer blijft daarom het uitgangspunt van het Deltaprogramma. De bovengrens is niet alles bepalend. Afhankelijk van de van toepassing zijnde norm en het faalmechanisme wordt een range aan afvoeren in de berekeningen betrokken.

Implementatie voorkeursstrategie Rivieren - Rijn

Informatie over de voorkeursstrategie Rivieren: zie DP2015

De voorkeursstrategie voor de Rijn blijft een krachtig samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming. De dijkversterkingsopgave is groot en urgent, met name langs de Waal en in de IJssel-Vechtdelta. De waterschappen en het Rijk pakken dit op in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. In het najaar van 2015 heeft het Bestuurlijk Platform Rijn het regionale voorstel voor rivierverruimende maatregelen tot 2028 aan de minister van Infrastructuur en Milieu gestuurd. Inmiddels zijn twee MIRT-verkenningen voor rivierverruimende maatregelen van start gegaan: hoogwatergeul Varik-Heesselt en Rivierklimaatpark IJsselpoort. Parallel hieraan werken partijen gezamenlijk aan een aanpak voor rivierverruiming voor de lange termijn, in samenhang met dijkversterking. Dit gebeurt in het kader van de nadere uitwerking en actualisatie van de voorkeursstrategie in het project Ambitie rivierverruiming Rijn en Maas. Hier doen het ministerie van Infrastructuur en Milieu (inclusief Rijkswaterstaat), het Hoogwaterbeschermingsprogramma en de provincies, waterschappen en gemeenten die zitting hebben in het Bestuurlijk Platform Rijn, de stuurgroepen voor de afzonderlijke Rijntakken, de Stuurgroep Delta Maas en de staf deltacommissaris aan mee.

De voortgang van onderzoeken over de Rivieren is te vinden in de Kennisagenda (onderdelen R1-8). De voortgang van dijkversterkingen staat in het Deltaplan Waterveiligheid (bijlage I).

Ambitie rivierverruiming lange termijn Rijn en Maas

Vanwege nieuwe inzichten (onder meer in de nieuwe normen) en resultaten uit lopende onderzoeken en projecten (zie hierna en bij voorkeursstrategie Maas) vindt een actualisatie van de voorkeursstrategie plaats. De partijen in het Bestuurlijk Overleg MIRT Oost en Zuid hebben in november 2015 besloten concrete en haalbare doelen voor rivierverruiming te stellen, in samenhang met dijkversterking. Daarna hebben het Bestuurlijk Platform Rijn en Stuurgroep Deltaprogramma Maas opdracht gegeven de gezamenlijk ambitie voor rivierverruiming voor de lange termijn in samenhang met dijkversterkingen te concretiseren. De concretisering vindt plaats per riviertak (Waal, Nederrijn-Lek, IJssel, Maas), met ruimte voor maatwerk. Dit leidt tot een structurele basis voor rivierverruiming en heldere uitgangspunten voor dijkversterking. Deze opdracht is gegeven aan de werkgroep Rivierverruiming Rijn en Maas met vertegenwoordigers van Rijk (inclusief Rijkswaterstaat), Deltaprogramma Rijn, Deltaprogramma Maas, Hoogwaterbeschermingsprogramma en staf deltacommissaris.

In het eerste kwartaal van 2017 formuleren Rijk en regio gedragen, haalbare en te verantwoorden maatregelenpakketten voor rivierverruiming, in relatie tot dijkversterking. Dit gebeurt voor de gehele Maas en voor de Rijn op het niveau van de drie riviertakken (Waal-Merwedes, IJssel en Nederrijn-Lek) en het splitsingspuntengebied. Op basis hiervan maken Rijk en regio’s uiterlijk eind 2017 (voor de Rijntakken) en eerste helft 2018 (voor de Maas) afspraken over de gezamenlijke ambitie voor rivierverruiming voor de lange termijn (in samenhang met dijkversterking) en vertalen ze deze ambitie naar een waterstandsdaling (waterstandslijn) tot 2050 en de periode daarna. Deze waterstandsdaling vormt het uitgangspunt voor dijkversterkingen en wordt vastgelegd in het ontwerpinstrumentarium (OI2018). De uitgewerkte maatregelenpakketten voor rivierverruiming dienen als startpunt, maar uitwisseling van maatregelen is daarbinnen mogelijk. De ambitie wordt mede gebaseerd op een maatschappelijke kosten-batenanalyse en op besliscriteria en -informatie die vooraf bestuurlijk worden overeengekomen. Het uiteindelijke doel is te komen tot een voortrollende programmering en uitvoering van rivierverruimende maatregelen in samenhang met dijkversterking. Dit komt overeen met het eerste parallelle spoor zoals in DP2016 beschreven.

Verdiepende onderzoeken rivierverruiming

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzoekt de kostenbesparing van rivierverruiming op de dijkversterkingsopgave langs de Waal, de IJssel en de Maas. Dit wordt benut voor de ambitie rivierverruiming lange termijn. De kostenbesparing varieert per riviertak. Zo lijkt het erop dat rivierverruimende maatregelen langs de Waal bij een integrale waterstandsdaling meer kostenbesparingen opleveren dan langs de IJssel. Uit de studie Rivierverruiming in een robuust rivierengebied blijkt wel dat het overstromingsrisico sterker afneemt met rivierverruiming dan met alleen dijkversterking. In 2016 krijgt deze studie een vervolg, door de effecten van rivierverruimingsmaatregelen per dijktraject te bepalen. Tevens brengt het ministerie van Infrastructuur en Milieu de meekoppelkansen met andere rijksdoelen in beeld; dit zal in het najaar van 2016 gereed zijn.

Nader onderzoek Werkendam/Merwedes

Een van de maatregelen in de voorkeursstrategie Rivieren is de dijkverlegging Werkendam. Voor deze maatregel is echter geen regionaal draagvlak. Nader onderzoek heeft een alternatief maatregelenpakket opgeleverd dat minder impact op de omgeving heeft en aanmerkelijk goedkoper is dan dijkverlegging: nevengeulen bij Sleeuwijk, Avelingen en in de uiterwaarden van Werkendam en het doorstroombaar maken van de Beatrixhaven. Het Bestuurlijk Platform Rijn heeft in april 2016 vastgesteld dat een definitieve bevestiging van het al dan niet meenemen van de maatregel dijkverlegging Werkendam zal worden meegenomen in de ambitie voor rivierverruiming op de lange termijn.

Onderzoek splitsingspuntengebied

In 2015 is het onderzoek naar het splitsingspuntengebied in de Rijntakken gestart. De studie heeft het effect van vijf combinaties van maatregelen in het splitsingspuntengebied op de waterstanden en de afvoerverdeling in beeld gebracht (zie figuur 8). Globaal gezien geldt voor alle varianten dat de beleidsmatig vastgestelde afvoerverdeling bij een afvoer van 17.000m3/s in stand kan blijven. De effecten bij lagere afvoeren kunnen echter aanzienlijk zijn. Het onderzoek laat zien hoe rivierverruiming in het splitsingspuntengebied tot ver benedenstrooms doorwerkt langs alle riviertakken. Provincie Gelderland heeft effecten van de maatregelen in het splitsingspuntengebied op de omgeving en verbindingen met andere beleidsopgaven in beeld gebracht. Het onderzoek en het rapport krijgen een vervolg in de ambitie voor rivierverruiming voor de lange termijn, die in het kader van de actualisatie van de voorkeursstrategie wordt opgesteld. Daarmee borgen de partijen goede afstemming over maatregelen en afwegingen over rivierverruiming en dijkversterkingen langs alle Rijntakken (Waal-Merwedes, IJssel en Nederrijn-Lek) en in het splitsingspuntengebied, in verband met effecten op de afvoerverdeling. Uitgangspunt is dat de beleidsmatig vastgestelde afvoerverdeling ongewijzigd blijft.

Figuur 8

Schematische weergave splitsingspuntengebied en onderzochte maatregelen

Onderzoek Rijnstrangen

De provincie Gelderland heeft samen met de andere overheden onderzocht hoe de ruimtelijke ontwikkeling in het Rijnstrangengebied kan doorgaan ondanks de ruimtelijke reservering voor retentie. Ontwikkelingen die in het bestemmingsplan passen, zijn in ieder geval toegestaan: nieuwe natuur en infrastructuur, uitbreiding van agrarische bedrijven, verbouw of nieuwbouw van woningen en een vakantiepark. Initiatiefnemers van nieuwe ontwikkelingen doen er goed aan vroegtijdig het gesprek aan te gaan met de gemeente. Sinds de reservering in 2005 waren alle gewenste ontwikkelingen mogelijk. Dit is deels te verklaren doordat Rijnstrangen tot 1960 ook waterbergingsgebied was. De resultaten zijn daarom niet zonder meer geldig voor andere reserveringsgebieden, maar de aanpak en denklijn wel. Ook in andere gebieden geldt: een reservering zet het gebied niet op slot, ontwikkelingen binnen het bestemmingsplan kunnen doorgaan en bij nieuwe ontwikkelingen is een vroegtijdig gesprek met de gemeente van groot belang. 

Gebiedsreserveringen

Vier gebiedsreserveringen voor toekomstige hoogwatermaatregelen zijn in het nieuwe Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vervallen, conform DP2015: de gebiedsreservering voor de Hoogwatergeul Zutphen (er zijn alternatieve buitendijkse maatregelen), dijkteruglegging Noorddiep (deze maatregel is niet kosteneffectief en er zijn alternatieven), dijkteruglegging Heesselt (vervangen door een nieuwe reservering voor de hoogwatergeul Varik-Heesselt) en het Reevediep bij Kampen (niet meer nodig door versnelde uitvoering van fase 2).

Betrokkenheid maatschappelijke organisaties

Nieuw in de samenwerking rond de Rijn is dat sinds oktober 2015 twee vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties aan het Bestuurlijk Platform Rijn deelnemen: een vertegenwoordiger van de Spiegelgroep Waal-Merwedes en een vertegenwoordiger van de Klankbordgroep van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Water Rijn Oost/Midden. Ook zijn afspraken gemaakt met maatschappelijke organisaties over het delen van onderzoeksresultaten over de Rijn. 

Voortgang maatregelen: waterveiligheid

Overzicht van maatregelen: zie Deltaplan Waterveiligheid (bijlage I).

Dijkversterking

Het programmavoorstel 2017-2022 van het Hoogwaterbeschermingsprogramma bevat een groot aantal projecten in het rivierengebied. Nieuw in het programma zijn projecten die anticiperen op de nieuwe normen (zie paragraaf 2.2.1). Onder meer starten langs de Nederrijn de verkenning Grebbedijk en langs de IJssel de verkenning Zwolle-Olst (eind 2016). Langs de Waal start een verkenning van het dijktraject Wolferen-Sprok waarbij de samenhang met de dijkteruglegging Oosterhout uit de voorkeursstrategie Rivieren wordt meegenomen. De Projectoverstijgende Verkenning (POV) Centraal Holland is in afronding.


Meekoppelkansenkaart

Bij dijkverbeteringen doen zich kansen voor om opgaven, ambities en wensen voor economie, natuur en recreatie te verbinden met waterveiligheid. Voor geprogrammeerde projecten zijn waterschappen hierover in gesprek met gebiedspartners. Voor de dijkversterkingen langs de IJssel zijn in Overijssel vroegtijdige gesprekken gevoerd op basis van een meekoppelkansenkaart. Op deze kaart staan alle potentiële initiatieven die te koppelen zijn aan veiligheidsmaatregelen uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Medewerkers van gemeenten, waterschap en provincie en eventuele andere belanghebbenden houden de kaart actueel. Geïnspireerd door dit voorbeeld onderzoeken de provincie Gelderland en Waterschap Rivierenland nu of ze zo’n kaart kunnen ontwikkelen voor de Waal.


MIRT-verkenningen rivierverruimende maatregelen

Op basis van het regionaal voorstel heeft de minister van Infrastructuur en Milieu ingestemd met de start van de MIRT-verkenningen hoogwaterveiligheid Varik-Heesselt en Rivierklimaatpark IJsselpoort. Beide projecten bieden kansen voor combinaties met andere functies. De verkenning Varik-Heesselt vindt plaats in afstemming met het dijkversterkingsproject Tiel-Waardenburg uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma, op basis van een gedragen startdocument conform de motie Smaling c.s. Omdat de verkenning Varik-Heesselt en de dijkverbetering Tiel-Waardenburg inhoudelijk en procedureel met elkaar samenhangen, werken de beide projecten toe naar één voorkeursalternatief en één geïntegreerd besluit, via één m.e.r.-procedure. Dijkverbetering is in ieder geval nodig. In de verkenning staat de vraag centraal of en hoe rivierverruiming in aanvulling daarop een bijdrage kan leveren. Voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort stellen de partijen een integrale gebiedsopgave op voor waterveiligheid en duurzame ontwikkelingsruimte voor natuur, recreatie en bedrijvigheid, rekening houdend met de effecten op de afvoerverdeling. De gebiedsopgave vormt de basis voor een gedragen voorkeursalternatief. Voor deze verkenning zijn ook de resultaten van het Onderzoek splitsingspuntengebied van belang. Beide verkenningen zijn naar verwachting in het voorjaar van 2018 klaar.


motie Smaling c.s.

Grebbedijk

De Grebbedijk is opgenomen in de programmering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma 2017-2022. De provincies Gelderland en Utrecht, waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente Wageningen hebben besloten een brede verkenning uit te voeren naar de ambitie voor de Grebbedijk. Ze willen de verkenning ook richten op de ruimtelijke opgaven of gebiedsontwikkelingen die te verbinden zijn met de waterveiligheidsopgave en de kansen voor een Deltadijk. De programmering in het Hoogwaterbeschermingsprogramma markeert de start van de verkenning, waarbij de gebiedspartners ambitie hebben om de verkenning versneld uit te voeren.

Versnelling Reevediep 2e fase

Fase 1 van Reevediep is in 2015 in uitvoering gegaan, met de aanleg van een hoogwatergeul tussen de IJssel en het Drontermeer en baggerwerk in de IJssel om het zomerbed te verlagen. Rijk en regio hebben eind 2015 besloten ook te starten met de 2e fase. Deze fase bestaat uit het verwijderen van de Roggebotsluis en de Roggebotkering en de bouw van een nieuwe brug, in samenhang met de reconstructie van de provinciale weg. Ook wordt de Drontermeerdijk versterkt. In de Reevedam komt een schutsluis met spuiwerk en een aangepast inlaatwerk. Bij recreatiegebied Roggebot komen maatregelen voor de bescherming tegen hoogwater. Daarmee kan het Reevediep bij hoogwater ongeveer een kwart van het IJsselwater afvoeren en daalt de waterstand tussen Zwolle en Kampen 50 cm tot één meter. Na afronding van de 2e fase kan het Reevediep nog vaker meestromen, waardoor de dijkversterkingsopgave langs de IJssel kleiner wordt. Het versnellen van de 2e fase levert een besparing op van ruim € 10 miljoen, omdat een aantal tijdelijke maatregelen niet nodig is. Het werk is naar verwachting in 2022 klaar, drie jaar eerder dan gepland.

MIRT Onderzoek IJssel-Vechtdelta

Zie IJsselmeergebied, paragraaf 2.3.1.

Voortgang maatregelen: ruimtelijke adaptatie

Overzicht van maatregelen: zie Deltaplan Waterveiligheid (bijlage I).

Gebiedsontwikkeling Kop van de Betuwe

Waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland hebben voor dit gebied een gebiedsontwikkeling ingezet om samen met gebiedspartners de zelfvoorzienendheid en de zelfredzaamheid van burgers en gebruikers te vergroten. In 2015 is een onderzoek naar meerlaagsveiligheid gestart. Het doel is logische combinaties van maatregelen in de ruimtelijke inrichting en rampenbestrijding te verkennen voor verbetering van de waterveiligheid. Een tweede onderzoek brengt in beeld of het mogelijk is oppervlaktewater te benutten voor de opslag of winning van energie (thermisch en elektrisch). Een derde verkenning betreft een van de twintig pilots waterbeschikbaarheid die in Nederland zijn opgestart.

Coalitie Ruimtelijke adaptatie Regio Utrecht

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, zes Utrechtse gemeenten, de provincie Utrecht en de Veiligheidsregio Utrecht werken aan ruimtelijke adaptatie volgens een gezamenlijk plan van aanpak. In 2015 voerden ze een stresstest uit en ontwikkelden lokale stresstesten. Ook deelden ze ervaringen met maatregelen en watergovernance met elkaar en zijn ‘ koploperprojecten’ in beeld gebracht. Voor gebieden met bodemdaling (veenweide) werd de seriousgame RE:PEAT ontwikkeld, een hulpmiddel voor langetermijn planvorming inclusief klimaateffecten.

Voortgang maatregelen: zoetwaterregio Rivierengebied

Overzicht van maatregelen: zie Deltaplan Zoetwater (bijlage II).

Onderzoek langsdammen en proefproject Boven-Rijn

Rijkswaterstaat heeft in de Waal als pilot langsdammen aangelegd tussen Tiel en Ophemert en tegelijkertijd de kribben op dat traject weggehaald. De langsdammen, die parallel aan de oever liggen, verbeteren de waterafvoer bij hoogwater en hebben ook als doel de rivierbodemdaling te verminderen. De rivierbodemdaling zet door het menselijk ingrijpen in de laatste eeuwen gestaag door. Doordat sluizen en hardere delen van de rivierbodem niet meezakken, leidt dat bij laagwater in toenemende mate tot problemen voor de scheepvaart, de zoetwaterlevering aan het regionale watersysteem (er zijn extra pompen nodig) en verdroging van de uiterwaarden door lagere grondwaterstanden. Daarnaast kan bodemdaling op termijn een probleem voor de hoogwaterveiligheid zijn, omdat deze de verdeling van het water over de Rijntakken kan verstoren.

Een andere mogelijke maatregel om rivierbodemdaling tegen te gaan is het aanbrengen van zand en grind op de rivierbodem. In april 2016 heeft Rijkswaterstaat een proefproject uitgevoerd in de Boven-Rijn bij Tolkamer door een laag grind en zand van 30 cm aan te brengen in het diepe deel van de rivierbodem. Naar verwachting zullen het zand en grind zich op een natuurlijke manier verspreiden in de rivier. Rijkswaterstaat werkt voor dit proefproject samen met de Duitse zusterorganisatie Wasser- und Schifffahrtsamt Duisburg-Rhein. Nederland heeft geen praktijkervaring met het toevoegen van grind en zand aan de rivierbodem. Duitsland heeft sinds de jaren tachtig positieve ervaringen opgedaan met het toevoegen van grind. Deze ervaringen zijn echter niet een-op-een te vertalen naar de Nederlandse situatie. De rivierbodem in Duitsland is veel grover en harder en daardoor minder dynamisch dan in Nederland. Daarom stort Nederland fijner grind en zand dan Duitsland.

De komende jaren gaat Rijkswaterstaat de effecten van beide proefprojecten meten. De resultaten komen in 2020 en 2022 beschikbaar.


Samenwerking met Duitsland

Langs de Rijn wordt op verschillende vlakken met Duitsland samengewerkt: bilateraal in het grensgebied, en op het niveau van het stroomgebied van de grote rivieren via de Internationale Commissie voor de Bescherming van de Rijn. Afstemming over hoogwaterbeschermings-maatregelen vindt plaats in het kader van de Richtlijn Overstromingsrisico’s. Voor de Rijn zijn op het niveau van het gehele stroomgebied afspraken gemaakt over de doelen en maatregelen tot 2021 voor de waterveiligheid. Deze doelen en concrete maatregelen staan in het internationale overstromingsrisicobeheerplan 2016-2021 dat de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR) eind 2015 heeft vastgesteld.

Het Actieplan Hoogwater Rijn 1998-2020 vormt de basis van de samenwerking en het overstromingsrisicobeheerplan voor het stroomgebied. De ICBR monitort de voortgang en het effect van de maatregelen. Duitsland heeft aangegeven zijn dijkverbeteringsprogramma te willen afronden en de geplande rivierverruimingsprojecten uit het overkoepelende overstromingsrisicobeheerplan 2016-2021 op niet al te lange termijn uit te voeren.  

De waterveiligheidsnormen zijn in Duitsland lager dan in Nederland. Noordrijn-Westfalen gaat bijvoorbeeld aan de grens met Nederland uit van overschrijdingskansen van circa eens per 500 jaar, terwijl Nederland op dit moment een overschrijdingskans van 1/1250 per jaar kent. Noordrijn-Westfalen gaat daarmee voor de dijken in de grensregio ook uit van lagere maatgevende afvoeren bij het ontwerpen van dijken (14.500 m3/s in plaats van 16.000 m3/s in Nederland). Daarentegen kent Duitsland strengere ontwerpeisen (zoals een grotere waakhoogte), waardoor de hoogte van de Duitse dijken bij de grens bovenstrooms van Lobith niet afwijkt van de hoogte van onze dijken.

Het streven is dat Nederland per 1 januari 2017 overstapt op nieuwe normen voor primaire keringen. Bij de implementatie van de nieuwe normen wordt rekening gehouden met mogelijke toekomstige scenario’s en maatregelen die Duitsland kan treffen. Duitsland zet retentiemaatregelen vanwege de lagere normen al in bij omstandigheden die voor Nederland nog niet maatgevend zijn. Door de lagere normen zullen in Duitsland ook al bij lagere afvoeren overstromingen plaatsvinden dan in Nederland. Het effect van deze overstromingen is bij Lobith groter dan het effect van de Duitse rivierverruimings- en retentiemaatregelen. Ook moet rekening gehouden worden met het feit dat Duitse overheden bij extreme rivierafvoeren noodmaatregelen zullen treffen (zandzakken plaatsen) om dreigende overstromingen te voorkomen of te beperken. Dit is meegenomen in de berekeningen van de extreme afvoeren met de methode GRADE. 

Samen met Noordrijn-Westfalen doet Nederland op dit moment onderzoek naar het overstromingsrisico in het grensgebied, met als doel inzicht te krijgen in een effectieve bescherming van het grensgebied. Het onderzoek richt zich op het toepassen van de Nederlandse risicobenadering zoals ontwikkeld in het Deltaprogramma. Het onderzoek brengt de verschillen in veiligheidsaanpak in beeld en de betekenis daarvan voor de veiligheid van inwoners aan weerszijden van de grens, om de toekomstige hoogwaterveiligheidsmaatregelen goed op elkaar te kunnen afstemmen. De resultaten komen in 2017 beschikbaar.  

Goede en tijdige informatie over waterstanden is cruciaal voor de crisisbeheersing bij overstromingsdreiging. Het Watermanagement Centrum Nederland (WMCN) meet en berekent onder andere waterstanden in de grote rivieren en maakt verwachtingen voor hoogwaterstanden met modellen. Het WMCN heeft afspraken met vergelijkbare instituten in Duitsland gemaakt over de uitwisseling van gegevens.


  1. Inleidende samenvatting
    1. Opgaven verbinden, samen op koers
  2. Deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Inleiding
    2. Voortgang per thema
      1. Waterveiligheid
      2. Ruimtelijke adaptatie
      3. Zoetwater
    3. Voortgang per gebied
      1. IJsselmeergebied
      2. Rijnmond-Drechtsteden
      3. Rivieren - Rijn
      4. Rivieren - Maas
      5. Zuidwestelijke Delta
      6. Kust
      7. Waddengebied
      8. Hoge Zandgronden
    4. Eerste uitwerking van de systematiek 'meten, weten, handelen'
    5. Borging, kennis, markt en innovatie en internationale samenwerking
      1. Borging in beleid en beheer
      2. Kennis
      3. Markt en innovatie
      4. Internationale samenwerking
  3. Deltafonds
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    5. Financiële borging van het Deltaprogramma
  4. Bijlage I
    1. Deltaplan Waterveiligheid
  5. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  6. Bijlage II
    1. Deltaplan Zoetwater
  7. Kaart Deltaplan Zoetwater
  8. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
    2. Colofon
  9. Instructie gebruik Deltaprogramma 2017