2.3.1

IJsselmeergebied

Implementatie deltabeslissing en voorkeursstrategie

Voor een beschrijving van de deltabeslissing IJsselmeergebied en de voorkeursstrategie IJsselmeergebied: zie DP2015.

De essentie van de deltabeslissing en de voorkeursstrategie voor het IJsselmeergebied is het zeker stellen van voldoende afvoercapaciteit naar de Waddenzee door een combinatie van spuien en pompen bij de Afsluitdijk en flexibel peilbeheer om de zoetwatervoorraad te vergroten. Rijkswaterstaat heeft inmiddels de procedure voor het nieuwe peilbesluit in gang gezet. De waterbeheerders rond het IJsselmeer werken aan ‘slim watermanagement’, onder meer door gezamenlijke redeneerlijnen over de manier van handelen bij dreigende wateroverlast of zoetwatertekort op te stellen. Op het gebied van ruimtelijke adaptatie en meerlaagsveiligheid zijn IJssel-Vechtdelta, Amsterdam Westpoort en Rainproof Amsterdam voortrekkersprojecten. De systeemstudie naar kansrijke maatregelen voor de tweede helft van deze eeuw heeft nieuwe inzichten opgeleverd, onder meer in de wijze waarop na 2050 het winterpeil te reguleren is met pompen en spuien. De studie richt zich nu op de kosten van dijkversterkingen die bij de verschillende opties voor het peilbeheer nodig zijn.

De voortgang van onderzoeken over het IJsselmeergebied is te vinden in de Kennisagenda (onderdelen IJM1-10).

Nieuw peilbesluit

Met een nieuw peilbesluit wordt flexibel peilbeheer mogelijk en is de zoetwatervoorraad te vergroten. Voor het nieuwe peilbesluit wordt een Milieu Effect Rapport (MER) opgesteld; de Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft in het najaar van 2015 ter inzage gelegen. De zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r. geven geen aanleiding om de koers te herzien. Naar verwachting zal de minister van Infrastructuur en Milieu het ontwerp van het peilbesluit en het MER in het laatste kwartaal van 2016 ter inzage leggen.

Systeemstudie IJsselmeergebied

Deze studie (voluit Integrale studie Waterveiligheid en Peilbeheer) richt zich op kansrijke varianten voor beheer en inrichting na 2050. In 2015 is een analyse van de waterveiligheid in het IJsselmeergebied gemaakt en zijn met het nieuwe computermodel DEZY eerste verkenningen uitgevoerd naar de effecten van klimaatverandering, inrichting en beheer op de meerpeilen. Dit heeft nieuwe inzichten opgeleverd, onder meer over de vraag hoe na 2050 het winterpeil te reguleren is met pompen en spuien. In 2016 wordt een methodiek ontwikkeld om de effecten van verschillende opties voor meer peildynamiek op de kosten van de benodigde dijkversterkingen te berekenen. Hiervoor vinden berekeningen plaats met een set toekomstscenario’s voor een reeks pilotlocaties. Daarna volgt de vertaling van de resultaten naar het hele gebied. De studie ligt op schema en is in 2018 klaar.

Gebiedsagenda IJsselmeergebied 2050

Rijk, regionale en lokale overheden, maatschappelijke partijen, private partijen en burgers werken samen aan de Gebiedsagenda IJsselmeergebied 2050. Het doel is de samenhang tussen alle ontwikkelingen in het IJsselmeergebied te vergroten, de potenties van het gebied beter te benutten, synergie te zoeken en de omgevingskwaliteit te borgen. De gebiedsagenda richt zich onder meer op ontwikkelingen op het terrein van waterveiligheid, zoetwater, klimaatadaptatie, natuur, waterkwaliteit, energieproductie, visserij, toerisme, recreatie en verstedelijking. De Gebiedsagenda bouwt onder meer voort op de deltabeslissing en voorkeursstrategie IJsselmeergebied uit het Deltaprogramma 2015 en zal bestaan uit een richtinggevend perspectief, een kennis- en innovatieagenda en een uitvoeringsagenda. Eind 2017 is de Gebiedsagenda gereed.

Voortgang maatregelen: waterveiligheid

Overzicht van maatregelen: zie Deltaplan Waterveiligheid (bijlage I). Hierna volgt een beschrijving van de voortgang sinds DP2016.

Project Afsluitdijk

Begin 2016 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het Rijksinpassingsplan Afsluitdijk vastgesteld. Aanbesteding van de werkzaamheden start eind 2016. Daarbij worden werken in opdracht van de regionale overheden meegenomen, zoals de aanleg van een afsluitbare doorgang door de dijk voor de vismigratierivier. In 2018 volgt de gunning en gaan de werkzaamheden van start. De versterking moet in 2022 gereed zijn. Tegelijkertijd gaan ook andere projecten op en nabij de Afsluitdijk in uitvoering, zoals de bouw van een Beleefcentrum op Kornwerderzand.

Versterking Houtribdijk

Een belangrijke stap voor dit project was de vaststelling van het Projectplan Waterwet versterking Houtribdijk in 2016. Rijkswaterstaat heeft meteen daarna de hoofdvergunningen aangevraagd. Medio 2016 start de aanbesteding voor de realisatie. De gunning zal volgens planning begin 2017 plaatsvinden; in 2020 is het werk naar verwachting gereed. De gekozen zandige dijkversterking biedt goede meekoppelkansen voor natuur en recreatie.

Flexibele kering Spakenburg

In 2016 start de realisatie van een flexibele kering in Spakenburg. Deze ingebouwde, uitklapbare waterkering is een voorbeeld van innovatie in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Bijzonder aan de kering is dat hij is ingepast in een historisch en beschermd dorpsgezicht. Het is een van de langste flexibele waterkeringen die tot op heden zijn gebouwd. De oplevering is voorzien voor het voorjaar van 2017.

Project dijkversterking Markermeerdijken (onderzoek pompen Houtribdijk)

In 2015 is joint fact finding toegepast naar het effect van pompen op de Houtribdijk. Het effect op de benodigde versterking van de Markermeerdijken blijkt klein te zijn, terwijl de kosten hoog zijn. Daarom heeft de minister van Infrastructuur en Milieu besloten geen pompen te plaatsen op de Houtribdijk. Uitgaan van de ‘bewezen sterkte’ van de dijken lijkt wel kansen te bieden voor een aangepast dijkontwerp. Dit houdt in dat bij het ontwerp van de dijkversterking rekening wordt gehouden met de manier waarop een dijklichaam zich tijdens (gemeten) extreme omstandigheden daadwerkelijk gedraagt. Dat gebeurt tot nu toe nog niet: in plaats daarvan houden ontwerpers een ‘veilige marge’ aan. Rijkswaterstaat en Deltares werken aan de doorontwikkeling van de methodiek voor bewezen sterkte ten behoeve van het gehele Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ontvangt de tussentijdse resultaten om deze toe te passen bij het ontwerp van de Markermeerdijken. Benadrukt wordt dat het concept bewezen sterkte kansrijk lijkt, maar dat hier nog geen zekerheid over bestaat.

De minister heeft de adviesgroep van omwonenden en andere direct betrokkenen hierover geïnformeerd. De Alliantie (samenwerkingsverband van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en aannemers) werkt in overleg met de omgeving een definitief ontwerp uit en neemt ook meekoppelkansen mee. Ook de activiteiten voor de noodzakelijke (vergunning)procedures zijn in gang gezet. Naar verwachting beginnen de werkzaamheden in 2017. 

Marken

In het MIRT Onderzoek Meerlaagse Veiligheid zijn in 2013 en 2014 verschillende varianten voor de drie lagen van meerlaagsveiligheid onderzocht. Het bleek niet mogelijk tot één oplossingsrichting te komen. Daarom is besloten laag 1 verder te optimaliseren in de MIRT-verkenning Dijkversterking Marken en daarbij ook de meekoppelkansen voor recreatie en de optimalisatie van het watersysteem uit te werken. De verkenning heeft oplossingen voor de dijkversterking op Marken in beeld gebracht (westkade en zuidkade). Het voorkeursalternatief voorziet in een buitenwaartse versterking met een planperiode van 50 jaar. Het beheersen van zetting is hierbij een belangrijke randvoorwaarde. Na de zomer van 2016, begint de planuitwerking. De dijkversterking gaat naar verwachting in 2019 in uitvoering en is dan in 2022 gereed. Daarnaast is en wordt nader onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om Marken op lange termijn waterrobuust in te richten. Onder leiding van de veiligheidsregio werken partijen aan een calamiteitenplan en op 2 en 3 november 2016 vindt een grote overstromingsoefening op Marken plaats.

IJssel-Vechtdelta

Eind 2015 hebben Rijk en regio de resultaten vanhet MIRT Onderzoek IJssel-Vechtdelta vastgesteld. De regio gaat de strategie voor meerlaagsveiligheid en klimaatbestendigheid van de IJssel-Vechtdelta uitvoeren aan de hand van een uitvoeringsprogramma.

Figuur 5

Strategie meerlaagsveiligheid en klimaatbestendigheid IJssel-Vechtdelta

De maatregelen zijn in te delen in vier thema’s: dynamisch peilbeheer, meerlaagsveiligheid, klimaatbestendig ontwikkelen en innovatieve samenwerking (bijvoorbeeld samen met marktpartijen experimenteren met financiële samenwerkingsvormen en juridische constructies). Het Rijk ondersteunt door kennis uit te wisselen en een podium voor het project te bieden. De regio gaat actief op zoek naar gebieden in landsdeel Oost waar meerlaagsveiligheid of ‘slimme combinaties’ kansrijk lijken.

Voortgang maatregelen: ruimtelijke adaptatie

Overzicht van maatregelen: zie Deltaplan Waterveiligheid (bijlage I).

Overgangsgebied regio Amsterdam

Het watersysteem in deze regio heeft een beperkte flexibiliteit en kleine ingrepen kunnen al grote gevolgen hebben. Ook zijn ruimtelijke ontwikkelingen en het watersysteem nauw met elkaar verbonden. De gemeente Amsterdam heeft ruimtelijke adaptatie opgenomen in de Agenda Duurzaamheid; de provincie Noord-Holland heeft dit gedaan in de Watervisie. De twee voortrekkersprojecten Amsterdam Rainproof en Waterbestendig Westpoort krijgen beide een vervolg. Het is de verwachting dat Amsterdam Rainproof vanaf 2017 uitwerking krijgt in zichtbare projecten op straten, pleinen en daken en in tuinen. Voor Westpoort stellen verschillende partijen samen een adaptatiestrategie voor vitale infrastructuur en kwetsbare objecten op die in 2017 gereed moet zijn: gemeente Amsterdam, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, het havenbedrijf, de veiligheidsregio en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.

Met deze inzichten gaan de partijen in 2017 ook aan een adaptatiestrategie voor de hele stad werken. De gemeente grijpt ontwikkelingen in de stad aan om vitale infrastructuur en kwetsbare objecten beter tegen water te beschermen met een meerlaagsveiligheidsbenadering. De betrokken overheden gaan met beheerders van vitale en kwetsbare functies in gesprek, in eerste instantie om het bewustzijn te vergroten. De verwachting is dat dit tot concrete geen-spijtmaatregelen zal leiden. 

Impactproject Samen met verzekeraars naar een regenbestendige stad

Verzekeraars, vastgoedeigenaren en gemeenten brengen in dit project bruikbare handelingsperspectieven in beeld om waterschade bij particulieren door een wolkbreuk te verminderen. Hiervoor wordt een vergelijking gemaakt tussen de daadwerkelijk geleden schade door de wolkbreuk op 28 juli 2014 in een buurt in Amsterdam-West en de schade-informatie die de genoemde partijen daarover hebben.

Voortgang maatregelen: zoetwater regio IJsselmeergebied

Overzicht van maatregelen: zie Deltaplan Zoetwater (bijlage II).

Operationaliseren flexibel peilbeheer

Flexibel peilbeheer en ‘slim watermanagement’ vereisen intensieve samenwerking tussen de waterbeheerders in het IJsselmeergebied. De beheerders zijn al ver gevorderd met sturingscriteria en beslisregels voor flexibel peilbeheer. Ook hebben de waterbeheerders afspraken gemaakt over het vergroten en delen van watersysteemkennis, het inventariseren van optimalisatiemogelijkheden in het beheer en het verbeteren van de informatie-uitwisseling. Het streven is om eind 2017 beslisregels voor het uitvoeren van flexibel peilbeheer gereed te hebben.

Studie robuuste natuurlijke oevers

Flexibel peilbeheer vereist robuuste oevers. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft laten onderzoeken waar dijkversterkingen langs IJsselmeer en Markermeer te combineren zijn met robuuste natuurlijke oevers en of deze oevers als compensatie kunnen dienen voor de tweede stap in het flexibiliseren van het peil (na 2050). De studie brengt in beeld voor welke Natura 2000-doelen deze tweede stap negatief kan uitwerken. Het blijkt juridisch lastig om de aanleg van robuuste natuurlijke oevers nu - gekoppeld aan dijkversterkingen - in te zetten als compensatie voor effecten van een toekomstige maatregel. Het is kansrijker om met slimme koppelingen tussen waterveiligheid en natuur een surplus aan natuur te creëren.

Meekoppelkansen Friese IJsselmeerkust

De pre-verkenning Koppelkansen Friese IJsselmeerkust brengt in beeld hoe maatregelen om kusterosie tegen te gaan (om te anticiperen op flexibel peilbeheer) te verbinden zijn met andere binnen- en buitendijkse opgaven en ambities. Recreatie lijkt goede perspectieven te bieden. De provincie Fryslân is initiatiefnemer; de Stuurgroep Gebiedsagenda Súdwesthoeke is de opdrachtgever. De inzet is om eind 2016 afspraken te maken over een MIRT-verkenning.

Slim Watermanagement ARK-NZK

Zes waterbeheerders in de regio Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal verbeteren in het kader van ‘slim watermanagement’ de samenwerking, om wateroverlast en zoetwatertekort zoveel mogelijk te voorkomen. In 2016 stellen ze redeneerlijnen vast over de manier van handelen bij dreigende wateroverlast of zoetwatertekort en in 2017 worden deze geoperationaliseerd. In 2017 werken de partijen ook aan een informatiescherm met data voor goed waterbeheer. Daarnaast komt in 2017 een faalkansenanalyse voor het Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal gereed voor situaties met watertekort en wateroverlast.

Innovatieve pilots IJsselmeergebied

Het Waddenfondsproject Spaarwater richt zich op innovatieve technieken voor het benutten en opslaan van zoetwater. Druppelirrigatie blijkt tot merkbare opbrengstverbetering in de landbouw te leiden, zoals grotere bollen en meer pootaardappels. Ook lijken er minder ziektekiemen in de bodem te komen. Het Waddenfonds heeft de financiering voor Spaarwater verlengd, waardoor deze klimaatpilot doorloopt tot en met 2018. Agrariërs in Flevoland zijn ook aan de slag gegaan met Spaarwater. In vijf percelen is meetapparatuur geplaatst waarmee de agrariërs zelf de grondwaterstand kunnen volgen. Op basis van de metingen worden in 2016 in twee percelen maatregelen genomen om de grondwaterstand ook te sturen. De proeftuin Hunze en Aa’s omvat meerdere projecten en heeft onder meer een eerste versie van een kansenkaart voor waterconservering met kleine stuwen in de Veenkoloniën opgeleverd. Boeren in Drenthe doen proeven met druppelirrigatie bij bollen, consumptieaardappelen en uien. Het hoofddoel van de pilots is gebruikers te stimuleren om efficiënt met water om te gaan.

Het programma Hogere Zandgronden omvat maatregelen en enkele onderzoeken om de watervraag te beperken en water te conserveren. Voorbeelden van maatregelen zijn beekherstel en flexibel peilbeheer gericht op conservering en beregening uit grondwater.

  1. Inleidende samenvatting
    1. Opgaven verbinden, samen op koers
  2. Deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
    1. Inleiding
    2. Voortgang per thema
      1. Waterveiligheid
      2. Ruimtelijke adaptatie
      3. Zoetwater
    3. Voortgang per gebied
      1. IJsselmeergebied
      2. Rijnmond-Drechtsteden
      3. Rivieren - Rijn
      4. Rivieren - Maas
      5. Zuidwestelijke Delta
      6. Kust
      7. Waddengebied
      8. Hoge Zandgronden
    4. Eerste uitwerking van de systematiek 'meten, weten, handelen'
    5. Borging, kennis, markt en innovatie en internationale samenwerking
      1. Borging in beleid en beheer
      2. Kennis
      3. Markt en innovatie
      4. Internationale samenwerking
  3. Deltafonds
    1. Inleiding
    2. De stand van het Deltafonds
    3. Middelen van andere partners
    4. De financiële opgaven van het Deltaprogramma
    5. Financiële borging van het Deltaprogramma
  4. Bijlage I
    1. Deltaplan Waterveiligheid
  5. Kaart Deltaplan Waterveiligheid
  6. Bijlage II
    1. Deltaplan Zoetwater
  7. Kaart Deltaplan Zoetwater
  8. Achtergronddocumenten
    1. Achtergronddocumenten en downloads
    2. Colofon
  9. Instructie gebruik Deltaprogramma 2017